Voor het tabblad Dbase5_0 heb ik de volgende suggesties:
- De uitdrukkracht zou als extra parameter kunnen worden opgenomen. Verschillende labs meten de uitdrukkracht bij het uitdrukken van monsters uit de steekbussen. In NEN 8992 (Aanvullende bepalingen bij internationale en Europese laboratoriumproeven) in paragraaf 5.3 wordt de uitdrukkracht ook genoemd. De uitdrukkracht kan als indicatie voor de kwaliteit van grondmonsters worden gebruikt.
- Hetzelfde geldt voor de monsterkwaliteitsklasse (QM1 tot QM5) of eventueel de monsterverstoringsindex (MVI), hoewel over deze laatste parameter nog wel wat discussie is.
- De maximum verhouding t/s’ met de daarbij behorende s’, t en rek zou ik ook opnemen, zowel voor triaxiaalproeven als direct simple shear proeven. Met name bij normaal geconsolideerde triaxiaalproeven op slappe grond kan het laatste deel van een spanningspad flink naar benden duiken. Daar is regelmatig discussie over of dit komt door de manier van bezwijken of door de verschillende correcties die worden toegepast. In het rapport over de kwaliteit van lab-testen wil ik gaan aanbevelen om voor normaal geconsolideerde triaxiaalproeven dit punt van de maximum verhouding t/s’ te gaan toepassen als critical state waarde voor dit soort proeven. Ik heb de indruk dat voor de DSS-proeven in de kolommen ND, NE en NF deze parameter eerder wel werd opgenomen maar nu zou gaan verdwijnen. Voor de triaxiaalproeven is deze parameter wel nieuw.
- Bij de triaxiaalproeven worden deels sigma en tau gebruikt i.p.v. s’ en t. Regel 4 en regel 7 lijken niet consistent in het sheet: in regel 7 worden wel s’ en t gebruikt (het gaat om de kolommen OJ – OO en OU - PE). Als er een voorkeur is om toch sigma en tau te gebruiken, moet worden gespecificeerd over welke sigma het dan gaat.
Voor het tabblad Dbase5_0 heb ik de volgende suggesties: